De effecten van migratie met of zonder een minimumloon

Economen nemen aan dat lonen worden bepaald door de productiviteit van werkenden en door het aantal werkenden. De productiviteit wordt voor een deel bepaald door de aanwezigheid van kapitaal, zoals fabrieken met bijbehorende machines. Hoe meer werkenden er zijn in een economie, hoe lager hun loon zal zijn. De reden van deze daling is dat bij een gegeven aantal fabrieken en machines de toename van het aantal werkenden zal leiden tot een daling van hun productiviteit. Werkgevers zullen daarom minder willen betalen voor de diensten van de werkenden.

In onderstaande figuur is deze negatieve relatie tussen loon en aantal werkenden gestileerd weergegeven als een dalende lijn. Als er heel weinig werkenden zijn, is het loon 8, maar als het aantal werkenden stijgt tot 6, daalt het loon naar 4 (de precieze dimensie van de getallen doet er niet zo veel toe; bij aantallen werkenden kun je denken aan miljoenen werkenden en bij lonen bijvoorbeeld aan duizenden euro’s per maand). Neem aan dat uitgaande van het aantal werkenden gelijk aan 6, door immigratie het aantal werkenden toeneemt naar 9.

Opdracht a:
  • Leid uit de figuur af hoe hoog het loon zal zijn na immigratie.

Het loon zal dus in deze opzet flink dalen door immigratie van 3 werkenden. Als het loon inderdaad daalt, zullen alle 9 werkenden een baan kunnen vinden en/of houden. Maar wat zal er gebeuren als het loon niet daalt, bijvoorbeeld omdat er een minimumloon in het land geldt? Daarover gaat de volgende vraag.

Opdracht b:
  • Stel dat in de economie een wettelijk minimumloon gelijk aan 4 bestaat. Wat zal er gebeuren met de werkgelegenheid als de immigratie van 3 naar de economie doorgang vindt?

De kern van het probleem is dat door immigratie werkenden minder schaars worden en daardoor aan waarde verliezen. Dat zou echter niet of minder het geval zijn als de immigranten zelf hun eigen kapitaal meenemen. Stel bijvoorbeeld, bij wijze van gedachtenexperiment, dat de immigranten na aankomst hun eigen fabrieken bouwen en wel zodanig dat hun productiviteit in ‘hun eigen’ fabrieken even hoog is als de productiviteit van de oorspronkelijke werkenden. Als gevolg daarvan zal het loon van de immigranten en de oorspronkelijke bewoners gelijk zijn aan 4.  

Opdracht c:
  • Pas de figuur zodanig aan dat het loon bij 9 werkenden gelijk aan 4 is. Hint: omdat er meer kapitaal in de economie is, zal de productiviteit bij een gegeven aantal werkenden zijn toegenomen.

In het geval waarbij de productiviteit van werkenden na immigratie gelijk is aan de productiviteit voor migratie, werkt migratie neutraal uit op de lonen in de economie. Het kan echter ook zijn dat immigratie leidt tot een stijging van de lonen van alle oorspronkelijke werkenden. 

Opdracht d:
  • Geef aan onder welke omstandigheden immigratie tot een stijging van de lonen van alle oorspronkelijk in het land werkenden kan leiden.

Sommige migranten kunnen in potentie de productiviteit – en dus het loon – van alle oorspronkelijke werkenden verhogen. Andere migranten hebben die potentie niet.

Opdracht e:
  • Bespreek kort om wat voor twee typen migranten het hier gaat en hoe het beleid ten opzichte van deze twee typen migranten eruit ziet in de EU. Is het makkelijk in de praktijk een onderscheid te maken tussen de twee typen?

Categorieën: HOVO

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.