Gerrit Zalm was minister van financiën van 1984-2002 en van 2003 tot 2007. Daarna verliet hij de politiek in de hoop op een mooie baan in de financiële wereld. Die baan kwam niet. Het schijnt dat Zalm toen via een open sollicitatie bestuurslid werd van de schurkenbank DSB. Toen DSB in 2009 failliet ging – Zalm leidde inmiddels de net genationaliseerde ABN Amro bank – kwam de vraag op of Zalm wel integer gehandeld had als bestuurder bij DSB. Of was hij als Maurice Papon die collaboreerde tijdens de Tweede Wereldoorlog en na de oorlog vooraan stond toen de overheidsfuncties werden verdeeld? 

Zalm als minister van financiën

Zalm is wijd en zijd bejubeld voor zijn ministerschap: hij was de eerste na-oorlogse minister van financiën die een overschot op zijn begroting wist te krijgen. Dat overschot was er echter maar voor korte duur en was er ook tegen wil en dank. Eind jaren 90 werd het ministerie overspoeld met extra belastingopbrengsten en Zalm reageerde daarop door forse belastingverlagingen door te voeren. De uitgaven aan zorg stegen in die tijd, min of meer vanzelf, boven de begrote bedragen uit. Maar door de hoogconjunctuur vielen de uitgaven aan uitkeringen mee (minder werkloosheid). Dus, om minister van volksgezondheid Borst te plezieren, schoof Zalm de meevallers van de lagere uitkeringen door naar Volksgezondheid om de begrotingsnood van Borst te lenigen. Mooi gebaar misschien, maar het was allemaal in strijd met de begrotingsnormen die hij zelf in de jaren 90 had ingevoerd. Volgens die normen moesten de feitelijke overheidsuitgaven te allen tijde  onder de begrote uitgaven blijven en mochten meevallers in uitgaven in department X niet gebruikt worden om tegenvallers in department Y te compenseren. Meevallers in de belastingopbrengsten mochten niet gebruikt worden om belastingtarieven te verlagen.

In 2003 ging het in Nederland economisch minder dan eind jaren 90. De Raad van State schreef toen over het beleid van Gerrit Zalm: “Het is van belang na te gaan hoe het komt dat Nederland onvoldoende gebruik heeft gemaakt van de hoogconjunctuur om structurele verbeteringen in de overheidsfinanciën aan te brengen, ondanks eerdere waarschuwingen. Het contrast tussen de huidige situatie en eind jaren negentig beschrijft de Miljoenennota in termen van de ‘prijs van het succes’. Deze typering suggereert onvermijdelijkheid waarmee wordt vergoelijkt wat veeleer kritisch zelfonderzoek behoeft.” Wat de Raad van State hier vraagt aan Zalm of hij niet eens bij zichzelf te rade moet gaan of hij wel zo’n goed financieel beleid had gevoerd. Gerrit Zalm is echter niet zo goed in zelfonderzoek. Wie zijn memoires heeft gelezen weet dat hij vooral zeer tevreden met zichzelf is. Hij beschrijft zich als innemend, een goed en eerlijk onderhandelaar, een charismatisch politicus, een slim econoom, een charmante en humoristische persoonlijkheid. Gerrit Zalm vond de opmerkingen van de Raad van State “wijsheid achteraf.” Het ‘kritisch zelfonderzoek’ is er dan ook nooit gekomen.

Er valt ook wel iets goeds te zeggen over zijn ministerschap: hij heeft echt geprobeerd het zogeheten stabiliteitspact in Europa waterdicht te maken. In dat stabiliteitspact verplichten lidstaten zich de begrotingstekorten en de overheidsschuld beperkt te houden. Het was geen geloofwaardige afspraak en landen kwamen er mee weg als ze de afspraken schonden. Zeer tegen de zin van Gerrit Zalm. Hij stelde zich op tegen Duitsland toen dit land de regels overtrad, hij verzette zich tegen de komst van Italië als lid van de eurozone, omdat het begrotingstekort van Italië te hoog was. Het mocht niet baten: Duitsland bleef doen wat het zelf beliefde en Italië werd een euroland. De bezwaren van Zalm werkten als het gekef van een keffertje tegen een leeuw, ofte wel klein landje kan niet tegen grote monsterstaten op.

Na de politiek smeekte Zalm om een baan bij DSB

Toen Gerrit Zalm in 2007 de politiek gedag zei, was wellicht zijn gedachte dat nieuwe werkgevers, vooral bij het bankwezen, wel op zijn stoep zouden staan te dringen om hem een mooie baan aan te bieden. Dat viel tegen, men zag hem kennelijk toch te veel als een boekhouder en niet als een bankier. Het schijnt dat hij toen min of meer in vertwijfeling maar een open sollicitatie bij Dirk Scheringa indiende. Scheringa was de oprichter van de naar hem genoemde DSB-bank. Scheringa werd door de ‘echte’ bankiers ook al niet serieus genomen. Wat dat betreft pasten Scheringa en Zalm goed bij elkaar. Scheringa kon Zalm echter goed gebruiken als een soort uithangbord van degelijkheid en betrouwbaarheid. Door zijn ministerschap van 12 jaar stond hij bij het grote publiek als een deskundig en betrouwbaar persoon bekend bij wie je geld wel vertrouwd was.

De DSB-bank werd groot door klanten vals voor te lichten en op te zadelen met contracten waar ze zonder hoge kosten niet meer vanaf konden. Scheringa heerste over zijn bank als een dictator, die geen tegenspraak duldde en die de bank plunderde voor zijn privéhobby’s. Zalm was overduidelijk geen dictator: hij was immers niet sterk genoeg om Scheringa voldoende tegenwerk te kunnen bieden. Zalm wist van Scheringa’s malafide praktijken, maar nergens is gebleken dat hij daar tegen optrad. Dat kwam pas in 2009 volop in de publiciteit toen Gerrit Zalm er al weer was vertrokken. Door de negatieve publiciteit over DSB kwam er een ouderwetse bank run tot stand, waar de bank binnen een paar dagen aan bezweek. Toen werd het tijd om naar de rol van Gerrit Zalm bij DSB te kijken. Was hij daar wel deskundig en betrouwbaar geweest?

Was Zalm integer genoeg om president van de ABN Amro te blijven?

Dat was een relevante vraag, want hij was inmiddels bestuursvoorzitter geworden van de genationaliseerde ABN Amro bank. Hij was daarvoor gevraagd door zijn vroegere staatssecretaris Wouter Bos. De ABN Amro maakte deel uit van een groter conglomeraat, dat door de kredietcrisis die in 2007 van de VS naar Europa was overgestoken, dreigde om te vallen. De Nederlandse regering had vrijwel geen andere keuze dan de failliete boedel over te nemen en Zalm werd daarvoor bij Scheringa weggehaald. Gerrit Zalm zat dus veilig bij ABN Amro toen de DSB-bank van Dirk Scheringa ten onder ging eind 2009. Zalm zou echter niet bij ABN Amro kunnen blijven als zou blijken dat hij niet integer had gehandeld bij DSB. Volgens De Nederlandsche Bank (DNB) had Zalm onvoldoende gedaan om de klanten van DSB te beschermen. Toch mocht hij baas van ABN Amro blijven van DNB. Dat was niet zo’n verwonderlijk oordeel, omdat DNB een jaar eerder, eind 2008, de regering toestemming had gegeven om Zalm als bestuursvoorzitter van ABN Amro te benoemen. Als DNB dat oordeel in 2009 had moeten herzien, zou dat een grote reputatieschade voor DNB betekend hebben. De Autoriteit Financiële Markten (AFM), vond, op basis van dezelfde feiten, wel dat Zalm weg moest. Dus was de stand 1-1.

Michiel Scheltema – kennis van Zalm – vond dat Zalm mocht blijven

Bron: De Volkskrant / ANP

Er moest dus een scheidsrechter komen om de knoop door te hakken. Dat werd Michiel Scheltema die als voorzitter van een commissie het definitieve oordeel over Zalm moest vellen. Scheltema en Zalm kenden elkaar. Dit zei Zalm in 2004 over Scheltema bij het afscheid van de laatste als voorzitter van de wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR): “Dames en heren, vanmiddag nemen we afscheid van de beul van dat gezelschap [de WRR]: Michiel Scheltema. Waarbij ik meteen wil aantekenen, Michiel, dat je de meest beminnelijke beul bent die je je als regering kunt wensen. (…) ik hoop van harte dat we je (…) zullen blijven ontmoeten. Want jouw genuanceerde onderscheidingsvermogen zijn ons bijzonder lief geworden. Dank je wel voor alles, en we houden contact.” De heren tutoyeerden elkaar, kennelijk, en het “genuanceerde onderscheidingsvermogen” van Scheltema was Zalm “bijzonder lief” geworden. Alsof Zalm toen al wist dat de “beul” Scheltema zes jaar later bijzonder “beminnelijk” zou zijn bij zijn oordeel over Zalm.

Michiel Scheltema moest beoordelen of Zalm bij de ABN AMRO gehandhaafd kon worden. Het ging om de vraag of Gerrit Zalm integer had gehandeld als bestuurslid bij de DSB-bank. Was hij wel opgetreden tegen het verwaarlozen van de zorgplicht voor klanten door DSB? Uit de brief van Scheltema aan de Minister van Financiën, gedateerd 26 februari 2010, over het functioneren van Zalm bij de DSB-bank bleek echter dat Scheltema vrijwel niets over de integriteit van Zalm te melden had. De AFM vond dat Zalm moest worden ontslagen bij de ABN Amro. Scheltema bestrijdt die aanbeveling, onder meer, omdat het AFM onvoldoende in het oordeel mee had laten wegen wat Zalm voor en na zijn tijd bij de DSB-bank had gepresteerd. Volgens Scheltema had hij in die andere functies duidelijk blijk gegeven van deskundigheid. Het was curieus dat Scheltema voor het opereren van Zalm bij DSB meewoog hoe Zalm in andere functies opereerde. Die andere functies waren min of meer ‘normale’ functies, maar de integriteit van mensen blijkt niet uit hun gedrag in normale situaties, maar uit wat ze doen in abnormale en moeilijke situaties waarin moed nodig is om iets tot stand te brengen. Het was dus niet relevant dat Zalm zo’n goede minister van financiën was geweest (wat dus ook al niet helemaal waar was), maar wel dat het Zalm aan de moed had ontbroken om fundamentele veranderingen bij de DSB-bank tot stand te brengen. Zalm was bij DSB de slippendrager van Scheringa geweest. Scheltema woog dit morele aspect van het handelen van Zalm tijdens zijn DSB-periode niet mee bij zijn oordeel over Gerrit Zalm. Zalm was gered door zijn ‘beul’ Scheltema en hij kon bij ABN AMRO blijven.

Was Zalm een topbankier?

Van Michiel Scheltema mocht Gerrit Zalm dus topbankier bij ABN AMRO blijven. Ik heb Zalm in die functie nauwelijks gevolgd. Topbankiers in Nederland zijn mensen die zichzelf overschatten. Neem Rijkman Groenink, een voorganger van Zalm bij de toen norg niet genationaliseerde ABN Amro. Een typische macho-bankier die van alles wilde met zijn bank, niets tot stand bracht, en uiteindelijk nauwelijks wist hoe zijn eigen bank in elkaar zat. Toen er kosten bespaard moesten worden bij de bank, had hij geen idee hoe de kostenstructuur bij de bank eruit zag. Wat dat betreft lijkt Zalm uit ander hout gesneden. Hij heeft van de ABN Amro een winstgevende bank gemaakt, hoewel niet genoeg om van de bank een rendabele investering voor de overheid te maken.

Helaas liet zijn ethisch kompas hem toch weer in de steek. Hij presenteerde een salarisverhoging van 100.000 euro voor de topbestuurders als een salarisverlaging. Verontwaardiging alom, uiteraard: een bank die de belastingbetaler alleen maar geld kost geeft aan zijn top ‘zo maar’ een ton. Gerrit Zalm begreep de commotie niet. Hij trad evenmin op tegen witwassen door zijn klanten en liet het kennelijk toe dat aan woningcoöperatie Vestia speculatieve en zeer riskante derivaten werden verkocht. Ten slotte was Abn Amro onder zijn leiding betrokken bij frauduleuze dividendarbitrage. Het curieuze van deze zaak is dat Zalm als minister van financiën waarschijnlijk al in 2006 van deze frauduleuze transacties wist. Hij deed daar dus zowel als minister en als topbankier niets tegen.

Is hij daarmee een slecht mens? Nee, hij is eerder een zwak mens. Hij is wel in staat om voor zichzelf en anderen ethische paaltjes te slaan, maar als iemand er toch voorbij gaat (Scheringa!), verschuift Zalm gewoon de paaltjes een eindje. Voor een overheidsdienaar is dat een zeer ongewenste zwakte; in de private sector is dat misschien standaardpraktijk. Vandaar wellicht dat hij een beursgang van de ABN Amro de beste optie vond. Het was dan ook zijn taak ABN Amro winstgevend te verkopen. Dat is hem tijdens zijn periode bij ABN Amro niet gelukt. Hij was waarschijnlijk te weinig een topbankier en te veel een boekhouder. 

Uitgelichte afbeelding door Nick Olson op Unsplash