Nederland heeft een slavernijverleden en velen vinden daarom dat Nederland voor dat verleden excuses moet aanbieden en herstelbetalingen moet doen aan de nazaten van de slachtoffers. Dat wordt nogal een ingewikkelde exercitie.

Onder de gekleurde Nederlanders bevinden zich inmiddels nazaten van zowel slaven als slavenhandelaren en slavenhouders, terwijl er wellicht ook wel nazaten van lijfeigenen onder de blanke (witte) Nederlanders schuil gaan. Nederland is zo divers aan het worden dat het niet meer duidelijk is wie zich voor wie moet excuseren.

Een beknopte geschiedenis van de slavernij

Slavernij is geen uitvinding van Europeanen, maar was over de hele wereld wijdverbreid, ook in Afrika. In Europa was tegen het einde van de Middeleeuwen het tot slaaf maken van Europeanen niet langer gebruikelijk. Het instituut van het lijfeigenschap bleef nog wel lang bestaan in Europa, maar alleen in Oost Europa. West Europa was daarmee een slaven loze enclave in een wereld vol slaven.

Indeling van een slavenschip
Slavenschip.
Bron; commons.wikimedia.org

In de late Middeleeuwen was er vooral veel vraag naar slaven in de Arabische wereld. Aan deze vraag werd voldaan door de import van slaven vanuit Afrika. Ook binnen Afrika zelf werden slaven gebruikt voor allerlei soorten activiteiten. De handel in slaven kreeg in de 18e eeuw een grote impuls toen er voor het werk aan plantages in het zuiden van wat nu de VS is en in de Cariben veel behoefte was aan goedkope arbeid. Dit leidde tot de Trans-Atlantische slavenhandel vanuit Afrika. Het was in Afrika nog winstgevender geworden om mensen tot slaaf te maken en te verkopen aan Europese handelaren die op de West Afrikaanse kusten neerstreken met hun slavenschepen.

Afrikanen maakten Afrikanen tot slaaf

geketende slaven op weg
Slaven op weg.
Bron: nl.wikipedia.org

Het waren vooral Afrikanen zelf die op het Afrikaanse continent slaven met geweld ronselden. De lucratieve slavenhandel maakte het voeren van oorlog met als doel krijgsgevangenen tot slaven te maken, aantrekkelijk.

Slaven werden niet alleen door oorlogsvoering verkregen. Mensen werden ook gekidnapt en tot slaaf gemaakt. Zelfs het justitiële systeem werkte mee aan de verbreiding van de slavernij. Rechters in Afrika veroordeelden mensen tot slavernij. Zelfs op onschuldige vergrijpen kon slavernij staan.

Slavernij in Afrika ondermijnde de economie

Zo werd de verovering van het Amerikaanse continent door de Europeanen een menselijk en economisch drama voor Afrika. Omdat de slavenhandel zo winstgevend was, was er veel minder reden om te investeren in productieve activiteiten. Om dezelfde reden was het voor Afrikanen niet erg zinvol in hun eigen ontwikkeling te investeren: zij konden immers ieder moment tot slaaf gemaakt worden door oorlogvoerende partijen; bezit van het eigen lichaam was niet eens gegarandeerd, laat staan het bezit van productiemiddelen of dieren.

Slavenkasteel aan de kust van Ghana
Kasteel aan de Goudkust.
Bron: commons.wikimeida.org

Staten in Afrika, die alleen maar gebaseerd waren op slavenhandel, kwamen op. Een berucht voorbeeld is het koninkrijk Asante, dat in het huidige Ghana rond 1700 de ene na de andere kleinere staat onder de voet liep en de overwonnen volkeren grotendeels op de slavenmarkt dumpten. Die slavenmarkt bevond zich op de zogenaamde Goudkust waar grote kastelen waren gebouwd die dienden als ‘opslagruimte’ voor de slaven voor ze werden verscheept naar Amerika.

Slavernij duurde in Afrika langer dan in Amerika

Nadat de Britten in 1807 de slavenhandel hadden verboden en het Trans-Atlantische slaventransport ook effectief hadden beëindigd, hield de slavernij in Afrika niet op (zie Emmer). Toen de Afrikaanse slavenhandelaren de gevangen genomen Afrikanen niet langer op de slavenmarkt aan de Afrikaanse kusten kwijt konden, werden ze nu als slaven in het land van de overwinnaars ingezet. Acemoglu en Robinson melden dat in Asante in de 19e eeuw meer dan de helft van de bevolking slaaf was.

Nog ironischer is het dat in Sierra Leone, waarvan de hoofdstad Freetown was gesticht als een vrijplaats voor mensen die als slaven op de Amerikaanse plantages ingezet waren geweest, slavernij tot ver in de 20e eeuw gehandhaafd bleef. Hetzelfde gold voor Liberia, een staat die was gesticht voor bevrijde Amerikaanse slaven. In 1960 nog werd geschat dat een vierde deel van de bevolking leefde in een situatie van gedwongen arbeid die niet veel verschilde van slavernij.

Slavernij en racisme in de vroege VS

Niemand zal nu nog ontkennen dat slavernij en slavenhandel, waarbij mensen gereduceerd worden tot koopwaar, misdadige praktijken zijn. Dat is overigens geen recente mening. Zelfs al in de Amerikaanse grondwet van eind 18e eeuw werd het Trans-Atlantische slaventransport (op termijn) in de ban gedaan. De Britten (zie boven) verboden dat transport begin 19e eeuw. Alexander Hamilton, de eerste minister van financiën van de VS en oorspronkelijk afkomstig van de Cariben, was een verklaard tegenstander van slavernij, net als zijn collega-minister en latere president Thomas Jefferson.

Volgens Jefferson zou bij handhaving van de slavernij de VS op den duur uit elkaar vallen. Desondanks hield hij slaven op zijn plantage en verwekte diverse kinderen bij zijn ‘geliefde’ slavin Sally Hemings. Jefferson was een racist à la lettre, aangezien hij geloofde dat het zwarte ras inferieur was. Als de slaven bevrijd zouden zijn, moesten ze daarom ook terug gebracht worden naar de landen waar zij of hun voorouders vandaan kwamen.

Racisme als rechtvaardiging voor slavernij?

Daarmee zijn we bij de connectie tussen slavernij en racisme aanbeland. Werd slavernij uiteindelijk niet gewoon gerechtvaardigd door de opvatting dat de zwarte Afrikanen inferieur waren en dus zonder bezwaar verhandeld mochten worden, zoals je ook dieren mag verhandelen? Europeanen hielden die opvatting er misschien op na, wellicht gekoppeld aan de bewering dat Afrikanen toch maar heidenen waren. Dit argument kan in het algemeen echter niet waar zijn omdat ook zwarte Afrikanen in zwarte Afrikanen handelden. Dat deden ze duidelijk niet op grond van racistische overwegingen.

Toch wordt deze link tot op de dag van vandaag vaak gelegd. Op deze site bijvoorbeeld zegt iemand dat veel mensen “nog steeds de naweeën voelen van slavernij, zoals institutioneel racisme, racisme op de arbeidsmarkt, in het educatiesysteem”. Racisme dus als een soort uitvloeisel van de slavernij uit het verleden. Voor die vroegere slavernij moet de Nederlandse regering volgens velen excuses aanbieden. Excuses of verontschuldigingen aanbieden is hetzelfde als schuld erkennen. Tegenover schuld staat boete, in dit geval herstelbetalingen, die de nazaten van slachtoffers moet compenseren.

Schuld en boete voor ‘ons’ slavernijverleden

Het klinkt onnatuurlijk om de schuld te krijgen (en te nemen) voor handelingen van mensen die 300-400 jaar geleden leefden. Ethicus Paul van Tongeren vindt dat helemaal niet vreemd. In dagblad Trouw schrijft hij: “We zijn leden van een gemeenschap waarvoor we niet gekozen hebben, maar waar we altijd binnen staan.” Dus: “Wat ik lees over de geschiedenis van het land waarin ik werd geboren, raakt mij anders dan wat ik over andere landen lees.” We moeten dus, volgens Van Tongeren, erkennen dat we niet enkel behoren tot het tijdperk waarin we leven, maar dat we ook de handelingen van onze voorouders met ons meedragen.

Paul van Tongeren is wijsgerig ethicus, dus hij heeft ervoor door geleerd. Maar ik als amateur cultuur-historicus vraag me af of Nederlanders wier ouders niet in Nederland zijn geboren, geraakt worden door, bijvoorbeeld, ‘onze’ Tachtigjarige Oorlog.

Akwasi draagt een ander verleden mee

Rapper Akwasi
Akwasi. Bron: commons.wikimedia.org

Neem rapper Akwasi. Zijn ouders zijn in Ghana geboren. Zoals we zo dadelijk zullen zien, is hij zich van zijn Ghanese afkomst en de Ghanese geschiedenis bewust. Curieus genoeg hebben de blanke Nederlandse Nederlanders en Ghanese Nederlanders als Akwasi niet de kleur, maar wel in slaven handelende voorouders met elkaar gemeen.

Het is wel jammer dat Akwasi niet door heeft dat in Nederland de opvatting over voormalig kindervriend Zwarte Piet aan het kantelen is. Door op te roepen tot geweld, versterkt hij eerder het racistische vuurtje dan dat hij het dooft.

Maar wie zijn ‘wij’?

Is het dan zo dat alle witte Nederlanders met elkaar gemeen hebben dat hun voorouders geen slaaf of lijfeigene kunnen zijn geweest? Nee, zelfs dat niet. In Nederland leeft vooral sinds de burgeroorlog in het voormalige Joegoslavië in de jaren 1990 een aanzienlijk aantal Bosnische Nederlanders, met wellicht voorouders die als lijfeigenen dienst moesten doen bij hun landeigenaren.

Maar ook als ‘wij’ Nederlanders een soort gemeenschappelijke verantwoording voor ‘ons’ verleden voelen, blijft het probleem aan wie ‘we’ excuses moeten aanbieden. Surinaamse Nederlanders zijn ook ‘we’, maar het zou ook weer curieus zijn als zij, omdat zij onderdeel zijn van de gemeenschap van Nederlanders verontschuldigingen van de slavernij zouden vragen. Hun voorouders waren immers slachtoffers, geen daders, en de huidige Surinaamse Nederlanders voelen wellicht “de naweeën van slavernij in de vorm van institutioneel racisme” (zie boven).

Dat laatste kan dan weer niet gelden voor Ghanese Nederlanders. Rapper Akwasi zei in De Volkskrant af te stammen van slavenhandelaren uit het koninkrijk Ashante. Excuses tegenover zijn Surinaamse vrienden voor dat verleden vindt hij niet nodig. Hij zei letterlijk: “Nee, een Surinamer heeft daar nog nooit tegen mij iets over gezegd. Dat moesten ze durven. Het zou gek zijn als mijn beste vriend me kwalijk ging nemen wat er in het verleden is gebeurd.”

Wij zijn te divers voor excuses

Als ‘we’ excuses willen maken voor ons slavernijverleden, moeten we dus eerst vaststellen namens wie ‘we’ ‘ons’ willen verontschuldigen en aan wie ‘we’ deze richten. Zijn ‘wij’ de blanke Nederlandse, niet Oost-Europese Nederlanders, of zijn ‘wij’ de Afrikaanse Nederlanders met slavenhandelaren als voorouders? Moeten ‘we’ dan de excuses aanbieden aan de Surinaamse en de Antilliaanse Nederlanders? Dat moeten dan wel beperkt blijven tot de zwarte landgenoten uit de overzeese gebiedsdelen, want er zijn ook blanke (witte) Antilliaanse Nederlanders met wellicht slavenhandelaren, of slavenhouders als voorouders.

Kortom, als wij excuses gaan maken voor ons slavernijverleden en institutioneel racisme daar in één keer bij meenemen, moeten we de Nederlanders met mogelijk slaven als voorouders uitsluiten, maar de gekleurde Nederlanders met mogelijk slavenhandelaren als voorouders maar voor de helft meenemen. Dat worden heel ingewikkelde excuses, zoals onze premier kennelijk ook heeft aangevoeld. (zie nu.nl). Het lijkt mij veel productiever als er echt werk gemaakt wordt van een verbod op etnisch profileren.