Ik heb al eerder vermeld dat Anne Laning een groot voorstander is van het nieuwe pensioenstelsel, vastgelegd in de Wet toekomst pensioen (Wtp). Hij vindt dat de discussies over dat nieuwe stelsel nu moeten ophouden. Wij moeten er met zijn allen achter gaan staan. Het opvallende is dat hij zichzelf wel het recht toekent met die discussie door te gaan. Zo heeft hij recent weer op mij gereageerd. Dan kunnen we natuurlijk nog een tijdje doorgaan, want als Laning suggereert dat ik het pensioenstelsel – oud en nieuw – niet begrijp, moet ik natuurlijk wel weer reageren.

Emiel Stolp ziet garanties, Laning niet

Maar laat ik beginnen met een mail die ik mocht ontvangen van Emiel Stolp. Hij heeft een lange ervaring als bestuurslid bij het Thales pensioenfonds. Hij schrijft mij:

“Er is een eindeloze discussie geweest of er in het oude pensioenstelsel nu wel of geen garanties waren. Die waren er volgens de vertrokken ministers Koolmees en Schouten wel. Want zij herhaalden voortdurend dat er in het oude stelsel grote buffers nodig waren omdat de pensioenen gegarandeerd zijn.”

Emiel Stolp

Nu zal Laning wel zeggen dat wat ministers zeggen er niet toe doet. Wat telt zijn de “pensioenreglementen en de pensioenwetgeving”. En natuurlijk is de wet bepalend en niet wat toevallige en alweer vertrokken ministers zeggen. Wat die ministers zeiden past echter volledig in wat pensioendeelnemers jarenlang is voorgespiegeld. Voorbeeldje, ik kreeg eind 1996 een overzicht van mijn pensioenaanspraken bij het ABP. Het ABP schreef mij:

“Een redelijk pensioen (met AOW erbij) bedraagt ongeveer 70% van het laatstverdiende loon. Dat is de gedachte achter de pensioenregeling van het ABP.”

(mededeling van het ABP, 1996)

Dat lijkt op een garantie, toch? Dat die garantie niet spijkerhard was, weet ik ook. Een paar jaar later was de term “laatstverdiende loon” namelijk bijna stilzwijgend vervangen door de term “gemiddelde salaris”. Als ik het over een garantie had, bedoelde ik dan ook eerder de ‘belofte op een garantie’ dan de garantie zelf, zoals ik in een eerder blogpost schreef. Maar voor het begrip van Laning had ik dat wat duidelijker kunnen aangeven.      

Emiel Stolp over de rekenrente

We komen natuurlijk ook weer terug op het al dan niet bestaan van een vaste rekenrente. Laat ik eerst maar weer Emiel Stolp aan het woord laten:

“Wat mij zeer stoort in het hele pensioendebat is het gedraai van de politici en DNB. De buffers waren nodig omdat het pensioen gegarandeerd was. De risicovrije rekenrente was ook nodig omdat het pensioen gegarandeerd was. Maar nu het langzaam aan duidelijk wordt dat er in het nieuwe pensioenstelsel geen enkele garantie is en dat er ook niet gestuurd wordt op inflatiecompensatie, nu wordt er ineens gezegd dat het pensioen in de oude regeling ook niet gegarandeerd was. Maar als het pensioen in de oude regeling niet gegarandeerd was, waarom moest er dan met de risicovrije rente gerekend worden?”

Emiel Stolp

Een vaste rekenrente verhoogt de welvaart

De vraag van Stolp is natuurlijk geen vraag aan mij, maar eerder een vraag aan Laning. Volgens Laning is er nooit met een vaste rekenrente van 4 procent gerekend. O ja, toch wel. Hij schrijft:

“Het klopt op zich wel dat gedurende heel veel jaren voordat het FTK van kracht werd, pensioenverplichtingen contant werden gemaakt met 4%, dat maakt nog niet dat de rekenrente vast was. In de Actuariële Principes Pensioenfondsen (APP) zoals die laatstelijk bij mij bekend was stond: de rekenrente bedraagt maximaal de laagste van 4% en de marktrente. Omdat gedurende vele jaren de marktrente boven de 4% lag, werd er inderdaad gerekend met 4%. Maar in het jaar dat de marktrente onder de 4% uitkwam, werd ook daadwerkelijk van die lagere marktrente uitgegaan. Dit betrof het jaar 2005, met een marktrente van rond de 3,75%.”

Anne Laning op LinkedIN

Bij de APP zoals Laning die beschrijft, vraag ik mij af: “wie verzint dit?” Decennialang is de rente ver boven de 4 procent uitgekomen. Dat betekent dat in het oude pensioenstelsel fondsen met een rekenrente van 4 procent hun verplichtingen aan het overschatten waren. Toen de rente tot onder de 4 procent begon te dalen – en dat begon zo ongeveer aan het begin van deze eeuw – mochten de verplichtingen kennelijk niet onderschat worden.

Lid van een pechgeneratie onder Wtp Bron: unsplash.com

Dat duidt dus op een asymmetrische behandeling van het waarderen van de verplichtingen in het oude pensioenstelsel. Het is daardoor niet mogelijk om pechgeneraties (lage rente) te compenseren met de overschotten van de geluksgeneraties (hoge rente).

Mijn ESB-artikel van 20 juni laat nu juist zien dat een dergelijke asymmetrie de – ex ante – welvaart van generaties aantast. Door een vaste rekenrente te hanteren kunnen tijdelijke vermogensoverschotten die gevormd zijn tijdens perioden met hoge rentestanden (tot begin 21e eeuw) gebruikt worden om tijdelijke vermogenstekorten te compenseren.

Laning: een vaste rente is niet logisch

Bron: bol.com

Het idee dat een vaste rekenrente de ex-ante welvaart van generaties deelnemers dient, is geen nieuw idee. Laning heeft echter in al zijn stukjes nog niet weten uit te leggen wat er fout is aan dit idee. Hij schrijft: “Overigens is waardering op basis van marktrente vanuit economisch perspectief volstrekt logisch.” Daarbij haalt hij een aantal artikelen aan die dit aantonen, waaronder deze publicatie. Laatstgenoemde publicatie gaat uit van een defined-benefit (pensioenaanspraak) systeem dat wordt uitgefaseerd en overgaat in een defined-contribution (beschikbaar premie) systeem.

Inderdaad, bij een beschikbaar premiesysteem – zonder solidariteitsfonds, zie mijn ESB-artikel – kun je niet langer vermogen in de tijd verschuiven. Dan is het dus ook niet zinvol om voor de laatste deelnemers met een toegezegd pensioen een vaste rente te gebruiken om pensioenverplichtingen mee te bepalen. Dit artikel bewijst dus niet dat in het oude pensioenstelsel – als dat gehandhaafd zou zijn – een vaste rente ‘niet logisch’ was.   

Uit mijn ESB-artikel blijkt ook dat een vaste rente een relatief begrip is. Soms zal het nodig zijn die vaste rente te verlagen. Er is echter heel veel tijd om zo’n aanpassing op een redelijk pijnvrije wijze door te voeren. Het is ook denkbaar dat het mogelijk is de vaste rekenrente te verhogen om te voorkomen dat het pensioenvermogen gaat exploderen. Ook hier hoeft men niet over één nacht ijs te gaan.

Laning begrijpt nu wanneer het pensioen de premies bepaalt

Ik weet niet of ik daaraan heb bijgedragen, maar Laning ziet nu in dat in het oude pensioenstelsel de pensioenaanspraak de premie bepaalde bij een verwacht of gewenst rendement. In het nieuwe stelsel is het precies andersom de premies en het gemaakte rendement bepalen het pensioen. 

Verplichte pensioenregelingen zijn er niet voor de vrije markt

Het begrip van Laning heb ik zeker niet bevorderd door te schrijven dat verplichte pensioenen geen onderdeel zijn van een vrije markt. Ik had moeten schrijven: dat het niet gewenst is om verplichte pensioenen op een vrije markt te verhandelen. Maar het is natuurlijk waar dat in Nederland de politiek lang gedacht heeft dat veel collectieve voorzieningen zonder problemen vermarkt konden worden, tot huisartsenpraktijken aan toe. 

Door het FTK zijn de pensioenfondsen aan de markt overgeleverd. De aanbieders van swapproducten hebben daar garen bij gesponnen. Het FTK had zo ongeveer hetzelfde effect als een wet die consumenten zou verplichten om iedere dag een hamburger te eten waarbij alleen fastfoodketens als aanbieders mogen optreden. Dan weet je van tevoren dat hamburgers onsmakelijk en/of onbetaalbaar worden

Belediging

Het lijkt erop dat Laning zich beledigd voelt omdat ik hem een praktijkman heb genoemd. Kennelijk vindt hij dat een voldoende excuus om mij te beledigen (Verbon heeft geen begrip van pensioenstelsels, Verbon moet zijn theoretische kennis actualiseren, enz.). Wat mij betreft was de term praktijkman als een compliment bedoeld. Ik heb mijn hele werkende leven op de academie doorgebracht – met een kort uitstapje naar DNB – en heb daar theoretische macro-ideeën aan overgehouden.

Het zou prettig geweest zijn als ik die ideeën aan de praktijk had kunnen toetsen. Dat valt dus tegen. Laning heeft niets op te merken over mijn idee van een nationaal solidariteitsfonds, behalve dan dat het geen verdere verbetering van het nieuwe pensioenstelsel biedt. Maar er is hoop: Laning is kennelijk bezig een proefschrift te schrijven. Ik wens hem daarbij veel succes en zijn promotor veel sterkte.


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.